Vorige week zat ik in een vergaderzaal in Amsterdam. Twaalf directeuren rond de tafel, een consultant die grafieken toonde over productiviteit en AI-efficiency. Halverwege stak iemand zijn hand op. "ChatGPT kan dit soort analyses nu in enkele minuten maken," zei hij. "Wat betekent dat voor ons?"
De stilte die volgde, herken ik maar al te vaak. Het is niet de stilte van begrip. Het is de stilte van onzekerheid. Van een vraag die niemand hardop durft te stellen: wie ben ik, als een machine kan doen wat ik doe?
Een tijd waarin je jezelf opnieuw mag uitvinden
We leven in wat ik een identi-tijd noem. Een periode waarin we ons fundamenteel opnieuw mogen afvragen wie we zijn en wie we willen zijn. Niet omdat we dat leuk vinden, maar omdat de omstandigheden ons daartoe uitnodigen.
AI verandert niet alleen ons werk. Het raakt aan de kern van onze identiteit.
Die finance manager die trots was op haar snelle data-analyse? AI doet het sneller. Die marketeer die zich onderscheidde door zijn vermogen om rapporten te schrijven? AI schrijft ze beter. De consultant die bekend stond om haar grondige research? AI heeft toegang tot meer bronnen dan zij ooit zal kunnen lezen.
En dan ontstaat die vraag. Die ongemakkelijke, existentiële vraag: wat maakt mij als mens nog waardevol?
De verkeerde wedstrijd
Hier gaat het mis. In alle discussies over AI hoor ik steeds dezelfde vraag: "Hoe kunnen we beter worden dan AI?"
Het is de verkeerde vraag.
Het is alsof je probeert een Ferrari in te halen door harder te fietsen. Je kunt jezelf kapot lopen, maar je gaat het nooit winnen.
Vier eeuwen geleden legde René Descartes al de vinger op de zere plek. Hij schreef dat het moralement impossible – moreel onmogelijk – zou zijn om een machine te maken die even goed zou kunnen handelen als de menselijke rede toelaat. Niet omdat het technisch onmogelijk was, maar omdat het moreel onmogelijk was.
Wat bedoelde hij? Descartes zag dat er iets fundamenteels aan de mens is dat zich niet in materialiteit laat uitdrukken. Een dimensie die verder gaat dan berekening, analyse, efficiëntie. Een dimensie die te maken heeft met betekenis, verbinding, waardigheid.
Wat we vergeten zijn
Ergens in de afgelopen decennia zijn we een fundamentele fout gaan maken. We zijn ons gaan gedragen als prestatiemachines. Gefocust op efficiëntie, optimalisatie, meetbare resultaten. "Faster, better, stronger" werd ons mantra.
Kijk naar hoe we onze dagen inrichten. Van meeting naar meeting. Met apps die onze productiviteit meten. We zijn gaan geloven dat alles wat telt, te meten is. We hebben onszelf getransformeerd in menselijke versies van wat nu AI is geworden: rekenmachines die continue optimaliseren.
En nu komen de échte machines. En ze zijn beter dan wij.
Meer mens worden, niet meer machine
Hier ligt de paradox waar we doorheen moeten. Juist nu we onszelf decennialang hebben getraind om te denken als computers, worden we door échte computers verslagen.
Maar wat als dit geen nederlaag is? Wat als de opkomst van AI juist het begin is van een fase waarin we kunnen stoppen met doen alsof we machines zijn?
Die vraag zou niet moeten zijn: "Hoe word ik beter dan AI?"
De vraag is: "Hoe kan ik meer mezelf zijn?"
Drie vragen die je kunt stellen
Begin hier. Bij verbinding met jezelf. Niet als abstract concept, maar als concrete praktijk:
1. Waarom doe ik dit werk eigenlijk?
Niet wat je doet. Niet hoe je het doet. Maar waarom. Wat is de drijfveer die verder gaat dan het salaris, verder dan de functietitel? Die communicatieadviseur die ik begeleidde ontdekte: "Ik help bedrijven hun verhaal te vinden zodat ze de juiste mensen bereiken – omdat ik geloof dat echte verbinding tussen merk en mens de wereld mooier maakt." Haar waarom bleef overeind, ook toen AI haar wat kon overnemen.
2. Welke taken kosten me energie zonder dat ze me iets geven?
Maak eens een lijst van alles wat je deze week doet. Kleur ze groen (geeft energie), geel (neutraal) of rood (kost energie). Wat je waarschijnlijk zult ontdekken: veel van je rode taken zijn precies de taken waar AI uitstekend in is. Die uren aan administratie. Die standaard rapportages. Die herhalende analyses. Niet perfect misschien, maar goed genoeg om jou ruimte te geven voor wat écht telt.
3. Waar ben ik het meest mezelf?
Niet: waar ben ik het beste? Niet: waar scoor ik het hoogst? Maar: waar voel ik me het meest verbonden met wie ik werkelijk ben? Die finance manager die ik noemde? Haar antwoord: "Als ik financiële complexiteit vertaal naar verhalen die bestuurders kunnen begrijpen. Als ik spanning in de boardroom voel en aanpak voor het escaleert." Dat zijn geen vaardigheden die in een functieomschrijving staan. Maar het zijn wel de vaardigheden die haar onvervangbaar maken.
De uitnodiging
We staan aan de vooravond van een fundamentele keuze. We kunnen blijven proberen de machine te verslaan op zijn eigen terrein. Dan worden we steeds frustreerder, steeds uitgeputtor, steeds irrelevanter.
Of we kunnen de moed hebben om af te dalen van het podium van de prestatiemaatschappij. Om te stoppen met de race die we niet kunnen winnen. Om onszelf opnieuw uit te vinden.
Die keuze begint met verbinding. Met jezelf. Met erkennen dat je waarde niet ligt in je output, maar in je menselijkheid. In je vermogen om aan te voelen wat er speelt. In je talent om mensen op hun gemak te stellen. In je gave om complexiteit helder te maken zonder het simpel te maken. In je kracht om vol te houden wanneer het moeilijk wordt.
Dit zijn eigenschappen die geen machine van je kan overnemen. Omdat ze voortkomen uit wie je bent, niet uit wat je doet.
De vraag is niet of AI komt. De vraag is: wie kies je te zijn nu AI er is?
Margôt van Brakel is spreker en schrijver over de menselijke kant van AI. Haar nieuwste boek "AI & de mens van morgen – waarom verbinding ons kompas is" verscheen in november 2025.