Ik ken dat gevoel. Bij mij was het alleen geen bank en geen serie, maar een bad.
In bad met een hartslag van een lesje Rocycle
Het water is precies goed. Warm, maar niet te heet. Mijn Psychologie Magazine hangt over de rand, op de achtergrond kletsen Mattie en Marieke op Q-music. Dit is hét moment. Ik leun achterover en adem diep in.
En toch. Er klopt iets niet.
Mijn vingers tikken op de badrand. Eerst zacht, dan sneller. Mijn ademhaling blijft hoog, alsof mijn longen vergeten zijn hoe het ook alweer moet. En in mijn hoofd gonst het. Heb ik dat mailtje al beantwoord? Hoe laat is mijn fysio morgen? Wat als die pijn nooit minder wordt?
Ik probeer de onrust los te laten. Op te lossen in het water, zoals dat heet. Maar mijn lijf blijft strak staan, klaar om op te springen.
Gefrustreerd trek ik de stop eruit. Het water zakt. De onrust blijft.
Dan pak ik mijn telefoon en leg mijn vinger op de camera. Hartslag: 101.
Honderdeen. Dat verwacht ik na een les Rocycle. Niet in bad, met een tijdschrift en de radio aan.
Hoe dan? Ik deed toch niks?
En toen wist ik het. Mijn lijf weet niet meer hoe het moet.
Mijn rustknop is kapot.
Ontspan ik niet goed genoeg?
Dat dacht ik namelijk echt. Dat ik het niet goed deed.
Dus ging ik beter mijn best doen. Yin yoga erbij. Nog een meditatie van Headspace. Mezelf van top tot teen insmeren met Zen White Lotus-olie.
En toen het nog steeds niet werkte, lag ik me serieus af te vragen of ik de verkeerde olie had gekocht. Had ik die van De Tuinen moeten nemen? Of toch zo'n Sleepy Pillow Spray?
Zelfs chillen was bij mij een keuze met stressfactor geworden.
Voelde ik spanning opkomen, dan hobbelde ik naar mijn meditatiekussen, helemaal klaar om ein-de-lijk rust te vinden. Maar nog voor ik goed en wel zat, sprong het aapje in mijn hoofd op het podium. Je weet wel, die hyperactieve met die veel te grote trommel.
Bam. Bam. Bam.
Mediteren? Vergeet het maar.
En hier komt het. Je kunt het beste meditatiekussen van Nederland in huis hebben, maar als je lijf te lang aan heeft gestaan, herkent het ontspanning gewoon niet meer. Dan helpt zelfs een week stilte tussen de monniken niet. Sterker nog: dan merk je pas écht hoe onrustig je bent.
Dus nee. Je ligt niet verkeerd te ontspannen. Je lijf kan het even niet meer.
Gassen en remmen
Dat snapte ik pas toen ik het antwoord onder mijn voeten vond. Letterlijk, in de auto.
Je lijf heeft een gaspedaal en een rem. Gas geef je als er iets moet gebeuren: een deadline halen, een training knallen, een bacterie uitroeien. En als het klusje geklaard is, trap je op de rem. Even opladen, motor laten afkoelen.
Alleen, wat als je blijft gassen? Als die deadline steeds opschuift, en die bacterie lekker blijft zitten waar hij zit? Dan raakt je schakelsysteem oververhit. Je rem begint te haperen. En op een gegeven moment roest hij vast.
En zo blijft je motor draaien, ook als je stilstaat. Ook als je in bad ligt. Of met Michael Scofield op de bank.
Wij helpen elkaar daar trouwens hard bij. Vraag iemand hoe het gaat, en je krijgt: druk, druk, druk. En wat doen wij? Bewonderend knikken. Alsof het een compliment is.
Rust is veilig
Wat mij uiteindelijk hielp, was dit. Echte rust komt pas als je lijf zich veilig voelt. Niet als je harder je best doet. En ook niet bij de duurdere olie, sorry.
Jarenlang had mijn lichaam "veilig" verward met alert zijn. Ogen open, schouders ergens bij mijn oren, klaar om te rennen.
Dus begon ik hardop tegen mezelf te praten. In de badkamer, onder de douche. Rust is veilig. Herstel is veilig. Mijn hoofd knikte meteen enthousiast mee. Mijn lijf had wat meer overtuiging nodig.
En het snelste weggetje daarnaartoe bleek niet in mijn hoofd te zitten, maar in mijn adem.
Adem je snel en oppervlakkig, dan blijft je lichaam paraat. Adem je langzaam en diep, dan stuur je een seintje naar binnen: het is oké, je mag op de rem.
Dus ging ik erop letten. En wat bleek? Ik hield mijn adem gewoon in. Tijdens het typen van een mail. In de rij bij de HEMA. Alsof ik ergens op wachtte. Een startschot? Een klap? Geen idee.
Aan de slag: Vierkantje ademen
Wat heb je nodig: twee minuten. Meer niet.
- Adem in, vier tellen.
- Houd vast, vier tellen.
- Adem uit, vier tellen.
- Houd vast, vier tellen.
Drie rondjes. Dat is het.
Let daarna even op wat er gebeurt. Zakken je schouders? Laten je kaken los? Bij mij zakten mijn schouders een paar centimeter, en ik had niet eens doorgehad dat mijn kaken op elkaar stonden.
En nog eentje voor de rest van je dag: check af en toe of je eigenlijk wel ademhaalt. Je zult versteld staan.
Werk je met een team? Begin je volgende overleg eens met één rondje. Kost je zestien tellen, en iedereen zit daarna een stuk rustiger aan tafel.
En twijfel je nog? De Navy SEALs gebruiken dit om kalm te blijven onder extreme stress. Als het hen lukt in levensgevaar, dan lukt het jou vast op een dinsdagmiddag.
Rusten is geen stilstaan
Het is schakelen. En je hoeft er niet mee te wachten tot je het verdiend hebt, of tot je lijstje leeg is. Dat lijstje is nooit leeg. Dat weet jij ook.
Dus haal eens diep adem. Nu, gewoon waar je zit. Ik wacht wel even.
Liefs, Anke
P.S. Weet je wat trouwens ook goed werkt? Schudden. Dat heeft mijn hond Toby me geleerd.
Bronnen
- Zaccaro, A., e.a. (2018). How breath-control can change your life: A systematic review on psycho-physiological correlates of slow breathing. Frontiers in Human Neuroscience, 12, 353.
- Divine, M. (2013). The way of the SEAL: Think like an elite warrior to lead and succeed. Reader's Digest Association.
Anke van den Bos is spreker en auteur van het boek Lichtpuntjes spotten. Ze geeft keynotes en workshops over geluk in moeilijke tijden, voor teams die altijd aan staan. Wil je haar bij jouw evenement of team? Neem contact op met Athenas.