Veel leiders herkennen het moment.
De strategie klopt.
Het team is competent.
De doelen zijn helder.
En toch… zodra de druk oploopt, verandert er iets.
Besluiten worden uitgesteld.
Communicatie wordt scherper of juist vager.
Controle neemt toe.
Eigenaarschap neemt af.
Niet omdat mensen niet willen.
Maar omdat het brein onder spanning anders werkt.
Dat is waar het werk van David Hulsboom begint.
Gedrag ontstaat niet bij actie
In veel organisaties wordt gedrag gezien als het eindpunt. Iemand doet iets wel of niet. Iemand presteert of presteert niet. Maar volgens David begint gedrag veel eerder.
Gedrag volgt een vaste keten:
Gedachten → Keuzes → Acties → Gedrag → Resultaat
Onder normale omstandigheden loopt die keten redelijk stabiel. Maar onder druk verandert de eerste schakel: gedachten.
Het brein vernauwt. Het zoekt veiligheid. Het probeert risico te minimaliseren. Dat is evolutionair logisch, maar in leiderschap vaak contraproductief.
Waar leiders denken dat ze rationeel handelen, sturen vaak automatische patronen.
Intentie ondermijnt zelfvertrouwen
Een van de scherpste inzichten uit Davids werk is het verschil tussen intentie en actie.
Een keuze die niet wordt uitgevoerd, is geen keuze. Het is een intentie.
Organisaties zitten vol intenties:
“We moeten sneller besluiten.”
“We moeten beter delegeren.”
“We moeten meer eigenaarschap tonen.”
Maar wanneer intenties niet worden omgezet in actie, ontstaat frustratie. En frustratie ondermijnt zelfvertrouwen. Dat geldt individueel, maar ook collectief.
Teams verliezen vertrouwen in elkaar. Leiders verliezen vertrouwen in hun team. En langzaam ontstaat een cultuur van voorzichtigheid in plaats van progressie.
Comfort, stretch en stress
David maakt onderscheid tussen drie zones waarin leiders opereren:
Comfortzone – hier voelt alles veilig.
Stretchzone – hier vindt ontwikkeling plaats.
Stresszone – hier vernauwt het brein en ontstaat een vecht, vlucht of bevries reactie.
Het probleem is dat stretch vaak wordt ervaren als stress. Zodra iets spannend voelt, interpreteert het brein dat als gevaar. De automatische reactie is terugtrekken, controleren of harder trekken.
Maar groei vindt alleen plaats in stretch.
Leiderschap betekent leren herkennen wanneer spanning ontwikkeling is en wanneer het echte overbelasting wordt. Dat onderscheid bepaalt of een organisatie vooruitgaat of vastloopt.
Waarom verandertrajecten vastlopen
Veel organisaties investeren in systemen, processen en cultuurprogramma’s. Toch blijft het effect beperkt.
Volgens David komt dat omdat gedrag niet wordt getraind. Strategie wordt uitgerold, maar automatische patronen blijven intact.
Wanneer druk toeneemt, valt iedereen terug op wat het brein kent. Oude reflexen winnen het van nieuwe intenties.
Zonder verankering blijft verandering oppervlakkig.
Resultaat bouwt vertrouwen
Motivatie wordt vaak gezien als dé oplossing. Maar motivatie is vluchtig.
Wat wél duurzaam werkt, is resultaat.
Elke actie levert twee dingen op: ervaring en resultaat. Resultaat activeert progressie in het brein. Dat versterkt zelfvertrouwen. Dat vergroot eigenaarschap.
Daarom pleit David voor sturen op kleine progressie in plaats van op tekorten. Niet van min naar nul, maar van plus drie naar plus vier.
Kleine zichtbare vooruitgang creëert momentum. Momentum creëert cultuur.
Leiderschap begint bij mentale regie
Onder druk wordt zichtbaar wat werkelijk is getraind.
Ga je controleren?
Ga je vermijden?
Of blijf je bewust kiezen?
Volgens David is leiderschap geen functie of titel. Het is het vermogen om onder spanning helder te blijven denken, bewuste keuzes te maken en gedrag consistent uit te voeren.
Dat vraagt geen extra motivatie.
Dat vraagt training.
De essentie
De vraag is niet of er druk is.
De vraag is hoe je reageert wanneer die druk oploopt.
Slimme leiders blokkeren niet door gebrek aan kennis. Ze blokkeren wanneer automatische patronen het overnemen.
Wie leert zijn gedrag onder druk te herkennen en te trainen, bouwt mentale regie. En mentale regie is de basis van duurzame prestaties.
Dat is de kern van het verhaal van David Hulsboom.